Kennisbank / Ambulancezorg

Wat is planbare ambulancezorg?

Ambulancezorg 5 min lezen Basis ambulancezorg

Ambulancezorg zonder acute spoed

Planbare ambulancezorg heet ook niet-spoedeisende ambulancezorg. Het gaat om zorg aan een patiënt op een woon- of verblijfadres, of om vervoer mét zorg tussen een adres, incidentlocatie en zorginstelling. Het kan nodig zijn voor diagnostiek, behandeling, opname of ontslag.

Het woord “planbaar” betekent niet dat de zorg onbelangrijk is. Het betekent dat er geen acute spoed is zoals bij een direct levensbedreigende situatie en dat meestal afspraken kunnen worden gemaakt over het halen, brengen of verlenen van zorg.

Waarom is dit geen gewone taxi?

Een patiënt die zelfstandig of met gewoon zorgvervoer kan reizen, heeft niet automatisch ambulancezorg nodig. Bij planbare ambulancezorg is professionele zorg, begeleiding, observatie of een bepaald zorgniveau tijdens de inzet nodig. De zorgvraag bepaalt welke ambulancezorgprofessional en welk voertuig passend zijn.

Ambulancezorg Nederland onderscheidt verschillende niveaus van zorg. Daardoor hoeft een planbare inzet niet dezelfde bemanning of uitrusting te hebben als een hoogcomplexe spoedambulance. De Meldkamer Ambulancezorg beoordeelt de aanvraag en indiceert welke zorg nodig is.

Hoe wordt een inzet gepland?

De RAV maakt waar mogelijk afspraken met de patiënt of aanvrager over het tijdstip van halen of brengen en de bestemming. De zorgvraag wordt beoordeeld om te bepalen welke ambulancezorg nodig is. Daarna kan de inzet worden ingepland.

Voor planbare ritten kan een tijdstip of tijdvak worden afgesproken. Ambulancezorg Nederland benadrukt dat ook bij B-inzetten tijdigheid belangrijk is, bijvoorbeeld wanneer een patiënt op tijd in het ziekenhuis moet zijn voor therapie of behandeling.

Kan de planning veranderen?

Ja. Een planning wordt aangepast aan de werkelijkheid. Spoedeisende zorgvragen kunnen onverwacht capaciteit vragen. Ook kan de toestand van een patiënt veranderen, waardoor een andere urgentie of ander zorgniveau nodig wordt. Een afgesproken tijd is daarom belangrijk, maar niet altijd een garantie op een exact aankomstmoment.

De landelijke spreiding en beschikbare capaciteit zijn ingericht voor zowel spoedeisende als planbare ambulancezorg. De RAV moet beide soorten zorg organiseren. Dat vraagt voortdurend afwegen en plannen.

Wat betekent een B-code?

Niet-spoedeisende inzet wordt gekoppeld aan een B-urgentie. De precieze aanduidingen moeten binnen de actuele ambulance-indeling worden gelezen. “B” betekent niet dat er geen medische noodzaak is en zegt niets over de diagnose van de patiënt.

Een openbare melding toont ook niet waarom iemand zorg tijdens vervoer nodig heeft. Deel daarom geen herkenbare beelden of medische vermoedens. Voor vragen over een eigen geplande rit zijn de aanvragende zorgverlener en de regionale ambulancevoorziening de juiste contactpunten; 112 is voor acute nood.

Wat zien wij in de meldingen?

Van december 2025 tot en met september 2026 telden we 530.755 ambulancealarmeringen (per rit samengevoegd). Dat is gemiddeld 1.746 per dag.

Het drukste blok van drie uur is van 11:00 tot 14:00 uur. Daarin valt 18% van de alarmeringen.

's Nachts, tussen middernacht en 6:00 uur, is het rustig: daar valt maar 13%.

Per maand is het aantal vrij gelijk.

Verdeling naar urgentie: A0 (direct levensbedreigend) 2%, A1 (spoed, mogelijk levensbedreigend) 34%, A2 (zo snel mogelijk) 53%, B1 (gepland, hoogcomplex) 1,7%, B2 (gepland, laag- of middencomplex) 9,1%. C1 en C2 staan hier niet bij: dan stuurt de meldkamer geen ambulance.

Alarmeringen per uur van de dag
0u4u8u12u16u20u
Alarmeringen per maand
decfebaprjunaug

Veiligheidsregio's met de meeste alarmeringen, volgens de capcodes van de oproep: Midden- en West Brabant (98.519), Kennemerland (69.771), Brabant-Zuidoost (52.696), Noord- en Oost-Gelderland (49.147), Brabant-Noord (48.289). Grote regio's hebben vanzelf meer alarmeringen.

Dit zijn geen officiële inzetcijfers. We tellen en combineren openbare P2000-alarmeringen automatisch; oefeningen en tests tellen niet mee. Door ontbrekende berichten, regionale verschillen en onvolmaakte herkenning kan de schatting hoger of lager uitvallen. Bijgewerkt op 27 oktober 2026. Hoe we tellen

Was deze uitleg duidelijk?

Gerelateerde artikelen