Dit vertel je als je 112 belt
Als je 112 belt, komt je oproep binnen bij de landelijke centrale in Driebergen. De medewerker vraagt wat er aan de hand is en waar hulp nodig is. Ook vraagt de medewerker welke hulpdienst volgens jou nodig is. Twijfel je, dan is dat geen probleem. Daarna word je direct doorverbonden met de politie, brandweer of ambulancezorg in jouw regio.
Je hoeft geen vaktaal te gebruiken. Vertel gewoon wat je ziet of hoort. Zeg bijvoorbeeld dat je rook ziet, iemand niet reageert of een aanrijding de weg blokkeert. Noem het adres, de plaats, de rijrichting of een herkenbaar punt. Weet je niet welke hulpdienst past? Beschrijf dan zo duidelijk mogelijk wat er gebeurt.
De hulpdienst beoordeelt de melding
Na het doorverbinden beoordeelt een centralist van die hulpdienst wat nodig is. Een centralist is een medewerker van de meldkamer die meldingen aanneemt en hulp inschakelt. De brandweercentralist luistert, stelt vragen en zet de hulpvraag om in acties. Die kan tijdens het gesprek de melding in het systeem zetten, een voorstel voor de inzet maken en een brandweerpost alarmeren.
Bij medische hulp doet de meldkamer ambulancezorg deze beoordeling. Deze meldkamer hoort bij de Regionale Ambulancevoorziening, de organisatie voor ambulancezorg in de regio. De centralist bepaalt of ambulancezorg nodig of gewenst is en hoe dringend de situatie is. Niet elke medische melding leidt tot een ambulance. Soms overlegt de centralist met een andere acute zorgverlener. Je kunt dan advies krijgen in plaats van een ambulance. Moet er een ambulance komen, dan kan de centralist aanwijzingen geven tijdens het wachten.
Gaat het om een politiezaak, dan beoordeelt de meldkamer van de politie wat er nodig is. Soms zijn meerdere hulpdiensten nodig. Bij een verkeersongeval kunnen politie, brandweer en ambulancezorg ieder een andere taak hebben.
Waarom stelt de centralist vragen?
Met vragen controleert de centralist de plek en de hulpvraag. De antwoorden helpen om gevaar voor omstanders en hulpverleners te beoordelen. Intussen kan de centralist al hulp inschakelen. Doorvragen betekent dus niet dat er nog niets gebeurt.
Vertel wat je weet. Zeg het eerlijk als je iets niet kunt zien. Breng jezelf niet in gevaar om een antwoord te vinden. Verandert de situatie tijdens het gesprek? Vertel dat meteen.
De inzet kan nog veranderen
De meldkamer beslist met de informatie die op dat moment bekend is. Later kunnen nieuwe meldingen of berichten van hulpverleners binnenkomen. Dan kan de meldkamer extra eenheden of een andere hulpdienst sturen. Blijkt er minder hulp nodig, dan kan de meldkamer eenheden terugsturen. De eerste inzet zegt daarom nog niet wat de oorzaak of afloop van het incident is.
Een openbare P2000-melding laat maar een klein deel van dit proces zien. Je ziet soms een korte omschrijving, een prioriteit, een locatie en wie via P2000 is opgeroepen. De vragen, antwoorden en keuzes van de meldkamer zie je niet. Bepaal daarom niet zelf aan de hand van P2000 welke hulpdienst nodig is. Bij acute nood bel je 112. De meldkamer zorgt dan voor de hulp die past.