Kennisbank / Ambulancezorg

Wat betekenen A0, A1, A2, B1, B2, C1 en C2?

Ambulancezorg 7 min lezen Basis ambulancezorg

Waarom er zeven urgenties zijn

De meldkamer ambulancezorg beoordeelt een zorgvraag met triage. Het doel is niet alleen zo snel mogelijk rijden, maar de juiste zorg op het juiste moment organiseren. De verbeterde urgentie-indeling maakt meer onderscheid tussen direct levensbedreigende situaties, andere spoedzorg, planbare ambulancezorg en zorg die telefonisch kan worden afgerond.

A0: grootst mogelijke spoed

A0 is bedoeld voor een kleine groep potentieel fatale zorgvragen waarbij iedere minuut zwaar weegt, zoals een reanimatie of verstikking. De meldkamer zet met de grootst mogelijke spoed passende hoogcomplexe ambulancezorg in. Uit een zichtbare code kun je niet afleiden wie de patiënt is of wat de afloop wordt.

A1 en A2: spoedeisende ambulancezorg

Bij A1 is snelle inzet nodig omdat vitale functies mogelijk acuut worden bedreigd of dat pas na beoordeling kan worden uitgesloten. A2 is ook spoedeisend, maar kent niet dezelfde tijdkritiek. De ambulancezorg streeft ernaar zo spoedig mogelijk passende zorg te leveren. De urgentie kan tijdens het proces veranderen als nieuwe informatie beschikbaar komt.

B1 en B2: planbare ambulancezorg

B1 en B2 horen bij niet-spoedeisende ambulancezorg die op een afgesproken tijd of binnen een tijdvak kan plaatsvinden. B1 betreft hoogcomplexe zorgvragen; B2 midden- en laagcomplexe zorgvragen. Niet-spoedeisend betekent niet onbelangrijk. De patiënt kan tijdens vervoer professionele zorg of observatie nodig hebben.

C1 en C2: meldkamerzorg zonder ambulance

Bij C1 verwijst de meldkamercentralist de beller naar een andere passende zorgverlener. Bij C2 geeft de centralist zelfzorgadvies. Er wordt dan geen ambulance gestuurd. Deze afhandeling is wel zorg: een verpleegkundig centralist beoordeelt wat passend en veilig is op basis van de beschikbare informatie.

Wat de urgentie niet vertelt

Een urgentiecode is geen diagnose, ernstscore of voorspelling van de afloop. De code vertelt iets over de zorgbehoefte en de gekozen reactie op dat moment. Deel daarom nooit medische vermoedens op basis van een alarmering.

Bij een acute situatie

Gebruik een P2000-site niet om te bepalen of hulp nodig is. Bel bij direct levensgevaar 112 en beantwoord de vragen van de centralist. De meldkamer bepaalt de urgentie en inzet; omstanders hoeven dat niet zelf te classificeren.

Wat zien wij in de meldingen?

Van december 2025 tot en met september 2026 telden we 530.755 ambulancealarmeringen (per rit samengevoegd). Dat is gemiddeld 1.746 per dag.

Het drukste blok van drie uur is van 11:00 tot 14:00 uur. Daarin valt 18% van de alarmeringen.

's Nachts, tussen middernacht en 6:00 uur, is het rustig: daar valt maar 13%.

Per maand is het aantal vrij gelijk.

Verdeling naar urgentie: A0 (direct levensbedreigend) 2%, A1 (spoed, mogelijk levensbedreigend) 34%, A2 (zo snel mogelijk) 53%, B1 (gepland, hoogcomplex) 1,7%, B2 (gepland, laag- of middencomplex) 9,1%. C1 en C2 staan hier niet bij: dan stuurt de meldkamer geen ambulance.

Alarmeringen per uur van de dag
0u4u8u12u16u20u
Alarmeringen per maand
decfebaprjunaug

Veiligheidsregio's met de meeste alarmeringen, volgens de capcodes van de oproep: Midden- en West Brabant (98.519), Kennemerland (69.771), Brabant-Zuidoost (52.696), Noord- en Oost-Gelderland (49.147), Brabant-Noord (48.289). Grote regio's hebben vanzelf meer alarmeringen.

Dit zijn geen officiële inzetcijfers. We tellen en combineren openbare P2000-alarmeringen automatisch; oefeningen en tests tellen niet mee. Door ontbrekende berichten, regionale verschillen en onvolmaakte herkenning kan de schatting hoger of lager uitvallen. Bijgewerkt op 27 oktober 2026. Hoe we tellen

Was deze uitleg duidelijk?

Gerelateerde artikelen